Kunt u dit bericht niet goed lezen? Bekijk dan de online versie

Signaleringsoverleg

Wekelijks overzicht van infectieziektesignalen: 23 juni 2016 (week 25)
Binnenlandse signalen
2854 Hepatitis E-virus-RNA in diverse varkensleverproducten
In recent onderzoek naar de bronnen van HEV-infectie bij mensen heeft Sanquin 43 van 55 (78%) leverworsten en 12 van 15 (80%) varkenspatémonsters, afkomstig van diverse producenten, positief getest op HEV-RNA met een PCR-test. De NVWA heeft deze bevinding met eigen onderzoek bevestigd door het aantonen van variërende concentraties HEV-RNA in 48 van 58 (83%) leverworsten. Enkele monsters werden getypeerd als HEV-gt3. Het hoge percentage (80%) van RNA-positiviteit van de recent geteste producten is opmerkelijk.
De laatste jaren wordt in Nederland vaker een hepatitis E-virus (HEV)-infectie geconstateerd, veroorzaakt door viraal genotype 3 (gt3). In 2016 werden van januari t/m half juni 133 positieve HEV-uitslagen gemeld in de Virologische Weekstaten. In de voorgaande jaren (januari-december) werden 303 gevallen gemeld in 2015, 205 gevallen in 2014, 67 in 2013 en 50 in 2012. Toegenomen diagnostiek speelt hierbij een rol. Maandelijkse screening door Sanquin van donoren met PCR sinds 2012 toont acute viremie bij ongeveer 1 op 1.000 donors. Viremie en seroconversies wijzen op een incidentie onder bloeddonoren van HEV-infectie van 1% per jaar. Bij gezonde bloeddonoren verloopt een HEV-infectie over het algemeen zonder ziekteverschijnselen. Het RIVM doet sinds een jaar onderzoek naar de risicofactoren voor het oplopen van ziekte door HEV-infectie door middel van een patiënt-controle-onderzoek in samenwerking met laboratoria voor medische microbiologie. Een belangrijke risicofactor blijkt onderliggend lijden te zijn. Eerder is al aangetoond dat patiënten onder immunosuppressie zoals transplantatiepatiënten extra risico lopen. Bij deze patiënten kan een HEV-infectie chronische verlopen, waarbij antivirale therapie soms faalt. Varkens vormen een belangrijk reservoir voor HEV. In het verleden werd in Nederland in 6,5% van de varkenslevers HEV-RNA aangetoond. Ook in bijvoorbeeld Duitsland is vastgesteld dat HEV-RNA voorkomt in varkensleverproducten, onder andere in 11 van 50 leverworstmonsters. Het is nog niet duidelijk óf en in welke mate het in varkensleverproducten aangetoonde viraal-RNA infectieus virus betreft, en wat het risico op infectie en ziekte is. Deze complexe vragen kunnen niet op korte termijn beantwoord worden omdat dit aanvullend onderzoek vergt. Uit voorzorg is voor patiënten na een beenmerg- of orgaantransplantatie een voorlopig voedingsadvies geformuleerd dat gericht is op het vermijden van producten waar mogelijk infectieus HEV in aanwezig is. Dit advies is recent aan behandelaars van de betrokken patiënten meegedeeld. Bronnen: Sanquin, NVWA, RIVM, CVI, Virologische Weekstaten, Hogema et al, Pas et al, Bouwknegt el al, Szabo et al.
(Hepatitis E-virus) 
2855 Enkele exotische muggen (Aedes aegypti) gevangen op Schiphol
Er zijn 3 Aedes aegypti (gelekoortsmug) aangetroffen in 2 muggenvallen op Schiphol. Deze exotische mug kan onder anderen gelekoorts-, dengue-, chikungunya- en Zikavirus overbrengen. Op Schiphol wordt al sinds 2010 gemonitord op de aanwezigheid van exotische muggen en Aedes aegypti is niet eerder aangetroffen. De NVWA gaat de monitoring op Schiphol intensiveren door extra vallen te plaatsen en de frequentie van bemonstering te verhogen van eens per 2 weken naar eens per week. Er wordt vooralsnog niet verwacht dat deze mug zich succesvol kan handhaven in het Nederlandse klimaat. Uit voorzorg worden wel potentiële broedplaatsen opgespoord en behandeld. Bronnen: NVWA, RIVM, Promed, GGD Kennemerland.
(Aedes aegypti)  
2856 Syfiliscluster onder heteroseksuele adolescenten in Limburg
Het Centrum Seksuele Gezondheid GGD Zuid Limburg meldt een cluster van syfilis bij heterojongeren. In de periode van half april tot half mei is bij 3 vrouwen van 15, 16 en 20 jaar en 1 man van 22 jaar syfilis aangetoond. De patiënten zijn allen blanke autochtone Nederlanders. Bij de man werd door de huisarts de diagnose primaire syfilis gesteld. Hij waarschuwde zijn vrouwelijke vaste partner. Bij deze 16-jarige vrouw werd door de GGD de diagnose syfilis latens recens gesteld. Bij de 15-jarige vrouw ging het eveneens om een syfilis latens recens. Een PCR op herpes en syfilis op vaginale ulcera was negatief, maar de syfilisserologie was positief. Bij de 20-jarige vrouw was er sprake van een primaire syfilis met multipele vulvaire ulcera met een positieve syfilis-PCR en positieve serologie. Met uitzondering van het koppel hadden de patiënten wisselende onbeschermde contacten. Alle vrouwen gebruikten drugs tijdens de seks variërend van alcohol tot andere middelen. Anamnestisch was er geen sprake van betaalde seks. Bij alle 4 patiënten was er sprake van een bijkomende vaginale of urethrale chlamydia-infectie, en bij een vrouw was er daarnaast ook sprake van een vaginale gonorroe-infectie. Een gemeenschappelijke bron kon niet worden gevonden. Van de in totaal 22 losse sekspartners zijn er door de patiënten 9 gewaarschuwd; 2 gewaarschuwde contacten meldden zich bij de GGD en zijn getest en preventief behandeld. Er zijn tot heden geen nieuwe syfilisinfecties bij de GGD Zuid Limburg onder heterojongeren gediagnosticeerd. Onbekend is of er diagnoses zijn gemist aangezien jongeren onder de 25 jaar zonder klachten niet standaard op syfilis worden getest. GGD Zuid Limburg is extra alert en zal bij twijfel eerder serologisch onderzoek verrichten. Bron: GGD Zuid Limburg
(Treponema pallidum)
2857 Contactonderzoek bij een gezin vanwege een papegaai met psittacose
GGD Haaglanden meldt een gezin van 2 ouders en 2 kinderen die niet-specifieke symptomen ontwikkelden, namelijk keelpijn, snotterig, hoofdpijn, zweten en mogelijk koorts. Vlak daarvoor had het gezin een papegaai gekocht die na 11 dagen overleed aan psittacose, waarvan de diagnose met PCR is bevestigd. Het gezin is door de huisarts antibiotisch behandeld. Ook is het gezin serologisch getest. Bij 1 kind was de diagnose niet conclusief vanwege een negatieve IgG- en positieve IgA-respons. Bij de andere gezinsleden is er geen aanwijzing voor een recente psittacose. Een tweede serologische testronde na 4 weken is gepland. De dierenwinkel mag op dit moment geen vogels meer verkopen. Nader onderzoek door de NVWA bij de vogels in de winkel is gaande. Bronnen: GGD Haaglanden, NVWA.
(Chlamydia psittaci)
Signalen uit het signaleringsoverleg Ziekenhuisinfecties en Antimicrobiële resistentie (SO-ZI/AMR)*
Tabel. Overzicht van lopende meldingen aan het SO-ZI/AMR  
Instelling Micro-organisme en resistentie
mechanisme
Typering
uitbraak-stam
Fase Afdeling
Westen MRSA MT4239-MC0022 3 verpleeghuis  
Admiraal de Ruyter  VRE ST203 3 IC, interne, long
verpleeghuis
Ander ziekenhuis
Langeland S. aureus Nvt 1 Impetigo uitbraak kraamafdeling en poliklinisch. 6 pt en 2 medewerkers  
Westen K. pneumoniae CPE (NDM)   1 Interne
2 pt en 2 medewerkers
 
Verpleeghuis Klinkenberg K. pneumoniae CPE (NDM)   1 Verpleeghuis 3 pt  
Gelre MRSA Onbekend 1 Combi urologie, orthopedie en dagverpleging
1 pt, 2 medewerkers
 
Radboud E. coli ESBL   1 Neonatologie 3 pt  
Zuiden VRE vanB ST117 1 10 pt chirurgie  
Maasstad E.cloacae- OXA-48   1    
De MRSA typeringen worden d.m.v. MLVA gedaan, de VRE typeringen d.m.v. MLST.
BRMO: bijzonder resistent micro-organisme; IC: intensive care; MLST: multiple locus sequence typing; MLVA: multiple locus variable number tandem repeat analysis; MRSA: methicilline resistente Staphylococcus aureus; VRE: vancomycine resistente enterokok.

2858 Uitbraken van CPE
Er zijn sinds het overzicht van mei 2016 3 nieuwe uitbraken met carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae gemeld aan het SO-ZI/AMR. Half maart werd in een klinische kweek van een patiënt uit een ziekenhuis in het westen van het land een NDM-producerende Klebsiella pneumoniae gevonden. Contactonderzoek bij 5 kamergenoten leverde niets op. Drie weken later werd bij 1 van de kamergenoten alsnog een NDM-K. pneumoniae in de urine gekweekt. Dit suggereert overdracht van NDM onder kamergenoten. Deze patiënt heeft eerder en langer op deze afdeling gelegen, dus zou mogelijk ook de indexpatiënt kunnen zijn. Beide patiënten zijn de afgelopen 2 maanden niet in een buitenlands ziekenhuis opgenomen geweest. Op basis van de tweede bevinding is het contactonderzoek uitgebreid naar alle afdelingsgenoten gedurende de opnameperiode van beide patiënten. Alle patiënten zijn gelabeld in het EPD en aangeschreven. De resultaten hiervan moeten nog volgen (voorlopige resultaten: 143 patiënten aangeschreven, bij 106 (74%) patiënten geen NDM aangetoond 37 patiënten (26%) hebben nog geen kweken ingeleverd). Isolatiemaatregelen zijn ingesteld, positieve patiënten liggen op een 1 persoonskamer met eigen sanitair, en er worden audits verricht op afdeling. 
Bij twee patiënten op een afdeling Interne Geneeskunde van het Maasstad ziekenhuis is OXA-48-producerende Enterobacter cloacae aangetroffen in surveillance kweken. De stam is getypeerd en was hetzelfde als stammen tijdens een eerdere OXA-48 uitbraak in dit ziekenhuis. Er zijn isolatiemaatregelen ingesteld en er is contactonderzoek uitgevoerd. 
Begin 2015 en mei 2016 zijn in verpleeghuis Klinkenberg twee patiënten met NDM-K. pneumoniae gevonden. Naar aanleiding van de eerste NDM-bevinding in 2015 was in het verpleeghuis contactonderzoek uitgevoerd waarbij geen positieve contactpatiënten waren gevonden. De tweede patiënt was contactpatiënt tijdens het onderzoek in 2015, hij was toen negatief bevonden. Deze patiënt werd echter ten tijde van de screening antibiotisch behandeld. Er is nu weer contactonderzoek gedaan waarbij een derde patiënt met NDM-K. pneumoniae is gevonden. Typering (AFLP) laat dezelfde stam zien. De uitbraak wordt bestreden in samenwerking met een deskundige infectiepreventie en arts infectieziektebestrijding van de GGD Gelderland-Midden. Bij de besmette patiënten is contactisolatie ingesteld. Het vervolg screeningsbeleid wordt nog nader bepaald.
(Antibioticaresistentie) 
Buitenlandse signalen
2859 STEC O121-uitbraak in de VS veroorzaakt door besmet meel
CDC melden een uitbraak in de Verenigde Staten veroorzaakt door Shigatoxineproducerende Escherichia coli (STEC) O121. Er zijn 38 patiënten gemeld tussen 21 december 2015 en 3 mei 2016, woonachtig in 20 staten. Tien patiënten zijn opgenomen in het ziekenhuis, maar niemand ontwikkelde het hemolytisch uremisch syndroom. Opvallend was dat het merendeels (78%) vrouwelijke patiënten betrof. Uit vragenlijsten bleken 76% van de patiënten recent thuis maaltijden te hebben gebakken of deze thuis te hebben gegeten. Het hierbij gebruikte meel kwam naar voren als een verdacht product. In 4 monsters van bewaard meel kon STEC O121 worden aangetoond. Nader onderzoek naar de herkomst van het meel wees op 1 meelfabriek. Het verdachte meelproduct is van de markt gehaald. Het is niet duidelijk hoe en wanneer het meel besmet is geraakt; wellicht is het graan al voor het oogsten besmet, of is besmet geraakt door toevoeging van water en additieven zoals vitaminen en mineralen tijdens het maalproces. Bron: CDC
(Escherichia coli)
2799 Gelekoortsuitbraak in Sub-Sahara (vervolg)
Gezondheidsautoriteiten hebben op 20 juni officieel een gelekoortsuitbraak gemeld in de hoofdstad Kinshasa en 2 provincies (Kongo central en Kwango) van de Democratische Republiek Congo (DRC). Er zijn 67 bevestigde en 1.000 verdachte gevallen gemeld. Kinshasa telt ruim tien miljoen inwoners. Ook in Angola duurt de uitbraak, die begon in december 2015, voort. In totaal zijn er in Angola 3.294 gevallen gemeld, waarvan 347 overleden. De WHO waarschuwt voor een mogelijk tekort aan gelekoortsvaccins. Sinds de uitbraak begon zijn er al 18 miljoen vaccinaties gegeven in het kader van uitbraakbestrijding. Bronnen: Gezondheidsautoriteiten DRC, Promed.
(Gelekoortsvirus)

Auteur: Ewout Fanoy

Het Wekelijks overzicht van Infectieziektesignalen is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld, maar kan desondanks fouten bevatten. Reacties en aanvullingen op dit overzicht zijn welkom. Het overzicht heeft een vertrouwelijk karakter en is alleen bestemd voor professionals die werkzaam zijn op het brede terrein van de infectieziektebestrijding. Overname van teksten is uitsluitend mogelijk met bronvermelding en na contact met signaleringsoverleg@rivm.nl.

* Signalen uit het signaleringsoverleg ziekenhuisinfecties en antimicrobiële resistentie (SO-ZI/AMR), dat plaatsvindt op elke 2e dinsdag van de maand, worden in het Wekelijks overzicht van Infectieziektesignalen opgenomen. Voor meer informatie zie: http://www.nvmm.nl/uitbraken. Voor overname van teksten uit het SO-ZI/AMR of voor meer informatie kunt u een E-mail sturen naar: uitbraaksignalering@rivm.nl.

** Fase 1  Geen verdere implicaties voor de (publieke) zorg verwacht: naar verwachting zal de uitbraak spoedig afgerond zijn
Fase 2  De uitbraak duurt langer dan verwacht: er wordt informatie opgevraagd bij de instelling
Fase 3  Er is een mogelijke bedreiging voor de volksgezondheid: de instelling wordt door het SO-ZI/AMR uitgenodigd voor toelichting
Fase 4  De aanpak is onvoldoende effectief en/of er is een hulpvraag vanuit de instelling: het SO-ZI/AMR biedt ondersteuning
Fase 5  Na meerdere interacties tussen het SO-ZI/AMR en de instelling blijkt de aanpak nog steeds onvoldoende effectief en/of ondersteuning wordt afgehouden: overleg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg om hulp te laten accepteren
Fase 0  De uitbraak is afgerond
 
‘Dit bericht en eventueel toegevoegde bijlage(n) zijn strikt vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Verstrekking aan en gebruik door anderen is niet toegestaan’.

Wilt u uw persoonlijke gegevens aanpassen? Wijzig hier uw gegevens op uw profielpagina.

De redactie is op werkdagen bereikbaar tussen 8.30 en 17.00 uur.
E-mail: signaleringsoverleg@rivm.nl, telefoon: 030-274 7000.
Wilt u deze nieuwsbrief niet meer ontvangen? Meld u dan hier af.